De komst van verschillende groepen migranten in Nederland na de Tweede Wereldoorlog hadden in de jaren 50, 60 en 70 geleid tot versnipperd beleid dat verschilde per migrantengroep en ook nog eens verdeeld was over diverse departementen. In 1983, ten tijde van het eerste Kabinet-Lubbers komt de eerste minderhedennota uit. Wat was de politieke urgentie achter deze nota, welke idealen spraken er uit en hoe keken verschillende politieke partijen in de jaren tachtig aan tegen de multiculturele samenleving? CPG-onderzoeker Fons Meijer verdiept zich voor deel 11 van de Serie Parlementaire Geschiedenis van Nederland in het minderhedenbelei tussen 1982 en 1994. CPG-onderzoeker Anne Bos ging met hem in gesprek wat resulteerde in een nieuwe aflevering van De Parlementaire Podcast. Deze is via Spotify of Apple podcasts te luisteren. Hieronder staat ook een uitgeschreven en bewerkt transcript van het interview, vergezeld van relevante links en beeldmateriaal. Het interview is gehouden op donderdag 22 mei 2025 op de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Werkloosheid bezuinigingen, no-nonsense beleid en grote demonstraties tegen de plaatsing van kruisraketten, maar ook sociale vernieuwing, een weer aantrekkende economie, de val van de muur en de WAO crisis. De jaren van de kabinetten Lubbers Laten zich niet in één term vangen.
Het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis brengt momenteel de Nederlandse politiek van de jaren 80 en vroege jaren 90 in kaart. In deze podcast komen de onderzoekers aan het woord. Zij vertellen hoe zij te werk gaan en geven een inkijkje in wat zich allemaal afspeelde op het Binnenhof en daarbuiten en hoe de politieke keuzes en discussies van toen doorwerken in het heden. Mijn naam is Fons Meijer en dit is de parlementaire podcast.
Welkom bij weer een nieuwe aflevering van de parlementaire podcast mijn naam is Anne Bos. Vandaag in deze podcast hoort u wel het vertrouwde stemgeluid van Fons Meijer, maar dit keer niet als showhost, maar als gast. We hebben de rollen dus even omgedraaid. Fons is namelijk behalve podcastgastheer, ook onderzoeker bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Zijn onderzoek gaat over het minderheden- en immigratiebeleid van de kabinetten Lubbers. Je zou kunnen zeggen, het gaat over de ontdekking van de multiculturele samenleving. In deze aflevering gaan we het vooral hebben over de minderhedennota, die werd gepresenteerd tijdens het eerste kabinet- Lubbers. Welkom Fons, de minderhedennota, wat is daar zo bijzonder aan?
De minderhedennota werd in september 1983 gepresenteerd dus het kabinet-Lubbers I zat er toen net. Hij werd gepresenteerd door de minister van Binnenlandse Zaken, minister Koos Rietkerk. Die minderhedennota was het eerste beleidsstuk ooit dat een integrale visie probeerde te presenteren op Nederland als multiculturele samenleving. Een visie op de positie van migranten in de Nederlandse samenleving.
En wat ging er aan die nota vooraf? Wat was de politieke urgentie ervan?
Die politieke urgentie, die is er eigenlijk gaandeweg gekomen, want wat je ziet is dat er in Nederland na de Tweede Wereldoorlog verschillende groepen migranten kwamen. Denk aan migranten uit Nederlands-Indië dat onafhankelijk werd, denk aan Molukkers, denk aan gastarbeiders, denk aan mensen die uit het onafhankelijke Suriname hierheen kwamen. Na 1975 was dat inderdaad en in de loop van de jaren 70 werd steeds meer een politiek thema. Dat had ermee te maken dat het beleid voor deze groepen heel erg versnipperd was over allemaal verschillende departementen.

Commissievergadering over Minderhedennota; minister Rietkerk (l) en Hermsen (r) met H. Molleman , 6 februari 1984. Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo
En het had er ook mee te maken dat vanaf de jaren 70 de economische situatie in Nederland aan het verslechteren was en het waren nu juist deze groepen die daar het meest onder te lijden hadden. Hun sociaal-economische positie werd steeds benaderder, terwijl de aantallen migranten toch nog toe aan het nemen waren.

Tweede Kamer, commissievergadering over Minderhedennota; minderheden op publieke tribune, 6 februari 1984. Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo
Dat plaatste de politiek voor een vraag van wat moeten we daarmee doen? En daar kwam ook nog eens bij dat in de jaren 70 ook de Molukse kwestie steeds meer op de voorgrond kwam te staan onder invloed van verschillende acties van tweede generatie Molukkers die treinen gingen kapen, schoolkinderen gingen gijzelen. Dat was eigenlijk de mix waarin de politiek dacht, we moeten meer samenhangend beleid op de positie van migranten in Nederland gaan voeren.
Ja, het zou wel even duren hè? Voordat die afgeronde nota er was. Er gingen ook aan deze nota concepten aan vooraf.
Zeker.
En er volgen ook verschillende ministers en een behoorlijk politiek onrustige periode en onder Rietkerk verscheen dus deze minderheden nota. En, wat stond daar nou in? Wat beschouw jij als de kern van de minderhedennota?
De hoofdgedachte van de minderhedennota, ik kan wel even citeren, dat staat eigenlijk heel mooi in de tekst zelf.
Het idee van de minderhedennota was dat het minderhedenbeleid gericht is op de totstandkoming van een samenleving waarin we in Nederland verblijvende leden van minderheidsgroepen ieder afzonderlijk en als groep een gelijkwaardige plaats en volwaardige ontplooiingskansen hebben.
Einde citaat. Dat vind ik eigenlijk een bijna een soort maakbaarheidsgedachte. Het idee is, we hebben een samenleving waarin deze groepen nog niet goed mee kunnen komen en wij als politiek, als kabinet eigenlijk, gaan ervoor zorgen dat dat wel zo gaat zijn, dat zij thuis raken in de Nederlandse samenleving. En meer concreet had het beleid drie poten waar het op stond. Aan de ene kant, de eerste poot was het bestrijden van die sociaal-economische achterstand. Dat was ook de belangrijkste poot voor de beleidsmakers, dat ging heel erg over alle materiële zaken, dus huisvesting, werkgelegenheid, ook de scholing die er weer voor zou kunnen zorgen dat ze goede banen zouden krijgen. De tweede poot was het bestrijden van de achterstelling die er was voor migranten. Dus dan gaat het vooral over het verbeteren van de juridische positie in de Nederlandse samenleving van die groepen die vaak, niet altijd, maar die soms ook bijvoorbeeld geen Nederlandse verblijfsvergunning hadden of geen Nederlandse nationaliteit en dat leidde tot vormen van achterstelling. Maar het ging bijvoorbeeld ook over het tegengaan van discriminatie, ongelijke behandeling en racisme. En de derde poot was het bevorderen van de maatschappelijke participatie en de emancipatie. Dus dan ging het erom dat ze echt mee gingen doen in de samenleving dat ze hun eigen culturele voorzieningen zouden hebben om zich ook echt thuis te gaan voelen in de Nederlandse samenleving.
Ja, je noemde het net al die maakbaarheid. Hier zit ook een soort verheffingsideaal achter hè? Ik hoor weer de jaren 70 eigenlijk. Hoe past die nota met deze doelstellingen in het beleid van de kabinetten-Lubbers? Want die waren toch erg van de no-nonsense en zakelijkheid. En bovendien hingen er grote bezuinigingen boven het hoofd.
Ja, wat je dus eigenlijk ziet, is dat die nota zoals je inderdaad heel mooi zegt dat daar die maakbaarheidsgedachten nog heel erg uitspreekt. Dat zit in die ambities, in ieder geval van die nota klinkt dat heel erg door. Dat is heel interessant: de overheid is allemaal verantwoordelijkheden juist aan het afstoten. De overheid kan niet meer alles doen. En hier zegt het kabinet-Lubbers, maar dit is een groep waar we wel verantwoordelijkheid voor willen dragen en hier willen we wel onze nek voor uitsteken.
Omdat ze zich ook schatplichtig voelden.
Precies dat was een heel belangrijk idee van die minderhedennota, dit is een nota niet voor alle immigranten in Nederland, maar voor die groepen in de Nederlandse samenleving, voor die groepen migranten in de Nederlandse samenleving waar wij een bijzondere verantwoordelijkheid voor hebben en die waren heel nauwkeurig omschreven inderdaad.
Duidelijk, maar die bezuinigingen, hoe gingen ze daar dan mee om? Je kunt wel heel veel willen, maar is het ook te betalen dan?
Dat was dus een probleem dat de aantallen migranten in Nederland die bleven nog groeien. De sociaal-economische positie werd ook steeds benarder, dus er was geld nodig om dat te regelen en dat geld was er eigenlijk niet. Dus het lukte Rietkerk en zijn ambtenaren wel om bij Financiën te bedingen, dat het minderhedenbudget, er was een budget voor minderheden dat dat niet zou krimpen, maar er zou ook niet meer geld bij komen. En daardoor zie je eigenlijk dat die ambities spaak lopen op de financiële tekorten en een heel mooi voorbeeld daarvan is het achterstandsgebiedenbeleid of in jargon heet het ook wel het probleemcombinatiegebiedenbeleid, het PCG-beleid en het idee was dat dat een hele belangrijke pijler onder het minderhedenbeleid zou worden, namelijk het bestrijden van de achterstanden in de grote steden en dan specifieker in de wijken in de grote steden waar migranten het meest leefden. Het idee was we kiezen de wijken uit waar de problemen het grootst zijn, waar de problemen zich dus culmineerden en daar gaan we al onze aandacht op richten en dan gaan we alle problemen in één keer oplossen, zowel voor migranten, maar ook bijvoorbeeld voor niet-migranten die daar leefden. Maar wat er bij de samenstelling en het schrijven van die nota gebeurde, was dat de ambtenaren naar Financiën gingen en ook naar de andere departementen om te vragen van wat voor geld hebben jullie hier dan voor over? En daar was geen geld voor, dus wat er gebeurde was dat in de nota wel die ambitie kwam te staan van we gaan die problemen in samenhang aanpakken in die wijken, maar de enige concrete beleidsdaad die eronder hing was we gaan binnenkort eens praten met de gemeenten daarover. In het financieel overzicht was er ook geen geld voor vrijgemaakt, dus de Tweede Kamer bij de behandeling van die nota, die ging daar heel erg op doorvragen van ja, jullie hebben die ambities heel mooi, daar staan we achter, maar hoe gaan jullie dat regelen?
Hoe werd die minderhedennota eigenlijk door de Tweede Kamer ontvangen? Want we spreken nu vooral over de kant van het kabinet. Maar wat vond de Kamer ervan?
Ik denk dat het heel belangrijk is om te benoemen dat de Tweede Kamer eigenlijk bijna kamerbreed de doelstellingen van de nota onderschreef. Alleen de SGP, de staatkundig gereformeerden en de Centrumpartij van Hans Janmaat, daar kunnen we het misschien dadelijk nog wel over hebben die stonden er niet achter, maar alle andere partijen van links tot rechts onderschreven de minderhedennota. Maar ze waren wel dus heel erg teleurgesteld over wat ik net omschreef. Ze dachten, die ambities, die zitten er heel mooi in, die onderschrijven we, maar waar zit het concrete beleid? Zij vonden soms ook op verschillende punten dat het meer een samenvatting was van beleid, wat er al werd gevoerd en dat daar een nietje doorheen was geslagen, maar vroegen zich ook af waar zit het geld? Waar zitten de plannen om deze toch wel ambitieuze doelstellingen waar te maken.

Hans Janmaat van de CP (Centrumpartij) in de Tweede Kamer, 17 mei 1984. Foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief / Anefo
En, hoe ging dat dan verder? Onder andere kabinetten-Lubbers, kwam er toen wel geld?
Nee, ook niet. Dus het blijft eigenlijk een rode draad dat die ambities er waren, maar dat juist op die sociaal-economische thema’s, ‘wonen, weten en werken’ zo werd het wel genoemd, dat daar de resultaten achter bleven en dat het de kabinetten ook niet lukte om goede plannen te maken om die aan te pakken.

Ien Dales. Foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief / Anefo
Want in het derde kabinet-Lubbers hebben we een andere samenstelling, Dan is de VVD ingeruild voor de Partij van de Arbeid. En dan is het thema dus sociale vernieuwing.
Precies ja en eigenlijk die sociale vernieuwing dat lijkt bijna een kopie te zijn van het achterstandsgebiedenbeleid, dus dat gaat ook over we gaan ons richten op de plekken waar de sociale problemen het grootst zijn en dan gaan we dat in samenhang oplossen. En ook daar zie je weer dat dat de plannen heel ambitieus zijn. Ien Dales, toch wel een daadkrachtige minister van Binnenlandse Zaken, die wordt daar verantwoordelijk voor, maar ook haar lukt het niet om daar overtuigende plannen aan vast te koppelen, dus dat bloedt ook dood eigenlijk. Op het moment dat dat derde kabinet-Lubbers aantreedt, zie je ook dat die minderhedennota dat die zijn glans heeft verloren en dat ook de politieke partijen er ook niet meer zo’n geloof in hebben. Dat zij, dat de overheid dit probleem kan oplossen, de samenleving kan maken.
Dus je ziet al in de loop van de jaren 80 dat steeds meer het idee postvat van wij kunnen als overheid een hoop willen, maar we moeten dat doen samen met anderen. Dat is ook zo’n Lubbers idee, dat idee van de gespreide verantwoordelijkheid. Dat komt ook in dat minderhedenbeleid heel erg terug. Het meest belangrijke is ook wel om te benoemen dat daarbij vooral ook naar de minderheden zelf werd gekeken. Zij moesten zelf ook hun best doen om goed opgeleid te zijn, de Nederlandse taal te leren en een passende baan te gaan zoeken. Dus dat maakbaarheidsdenken van de jaren 70, dat verdwijnt toch al snel uit de politieke discussie.
Het onderwerp zelf verdwijnt niet uit de politieke discussie. We hebben het er nog steeds over en in recente discussies over integratie en minderheden wordt vaak wel gezegd dat het een taboeonderwerp was. Dat er niet over werd gesproken in de jaren 80 en 90. Als ik jou zo beluister, dan was het wel een thema dat op de agenda stond.
Dat komt eigenlijk een beetje doordat je vanaf de jaren 90 heb je de hele tijd, in de literatuur worden die ook wel nieuwe realisten genoemd, dat zijn politici, maar ook opiniemakers die zeggen, ik ga nu een hele nieuwe visie op het integratievraagstuk presenteren. Tot nu toe wilde niemand het erover hebben, maar ik ga dat nu wel doen. Bolkestein zegt dat in de jaren 90, Paul Scheffer zegt dat aan het begin van deze eeuw, Pim Fortuyn zegt het, later zeggen Rita Verdonk en Geert Wilders het ook. En iedere keer is het, ik ben eigenlijk de eerste die het echt gaat zeggen. Maar dat beeld klopt dus eigenlijk niet, zoals je zegt. Het was een politiek thema. Er werd over gesproken. Een kritiekpunt, wat je soms ook wel hoort, is dat er misschien wel over gesproken werd, maar het was een verstikkende consensus en de echte problemen mochten niet benoemd worden. Het was alleen maar pamperen bijvoorbeeld.
Pappen en nat houden.
Precies, dat was ook niet zo. Hoewel alle partijen zich achter die doelstellingen schaarden waren er echt wel verschillende zienswijzen op de thematiek en ook op deelonderwerpen waren er verschillende meningen en daar kon over gepraat worden, dus ik zou inderdaad zeggen dat dat beeld niet klopt.
Je zei net dat er verschillende zienswijzen waren ook op het beleid. Kun je daar een voorbeeld van geven?
Ja een heel mooi voorbeeld is, denk ik het onderwijs in eigen taal en cultuur, het OETC. Dat was een voorziening voor kinderen van migranten om toch nog iets te leren van hun culturele achtergrond en ook taal die ze van huis uit meekrijgen om die te leren. En het idee was dat dat dan goed was voor hun zelfbeeld en dat ze vanuit daar dan konden emanciperen. Als ze een duidelijke sense of zelf hadden, konden ze vanuit daar emanciperen. Het is eigenlijk heel interessant dat zelfs binnen de coalitie CDA/VVD er verschillende zienswijzen daarop bestonden. Het CDA was daar eigenlijk best wel een grote aanhanger van. Het CDA was natuurlijk ook een partij die achtergrond had als religieuze emancipatiepartij, dus zij, zoals orthodox-protestanten en katholieken in het in het verleden via hun eigen cultuur zich geëmancipeerd hadden in de Nederlandse samenleving. Het CDA vond heel erg, dat moet eigenlijk voor migranten ook gelden. Zij zagen OETC, onderwijs in eigen taal en cultuur, als een middel bij uitstek om dat te doen, terwijl de VVD die zat er een stuk gereserveerder eigenlijk in die vonden het op zich prima dat ze dat die voorziening er was.

Spaanse kinderen en hun ouders demonstreerden in Amsterdam tegen de wijze waarop zij hun zgn. “Eigen Taal en Cultuur Onderwijs” krijgen, 15 januari 1986. Foto: Roland Gerrits, Nationaal Archief, Anefo
De VVD was in die jaren ook best wel een multiculturele partij, maar zij vonden niet dat dat in reguliere schooltijd gegeven moest worden. Dat was om Nederlands te leren, om in het Nederlands onderwijs te krijgen en Dat was ook heel belangrijk, vond de VVD, misschien nog wel nog belangrijker om uiteindelijk goed te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving.
Duidelijk voorbeeld, dank je. En nieuw in de jaren 80 was natuurlijk de opkomst van een een extreem-rechtse partij. We noemden het net al even, de Centrumpartij onder leiding van Hans Janmaat. Die haalde juist zijn successen uit zijn kritiek op migranten.
Ja, Nederland weer voor de Nederlanders was volgens mij zijn slogan. Dat was gewoon een onversneden xenofobe partij. En wat je eigenlijk ziet, is dat de komst van Janmaat in 1982 in het Nederlands Parlement, ook al proberen ze hem zoveel mogelijk links te laten liggen, wel de politiek scherp stelt op twee manieren eigenlijk. Op de eerste manier is dat het belang van het voeren van een goed minderhedenbeleid alleen maar belangrijker wordt gevonden en ook bijvoorbeeld zo’n idee als het achterstandsgebiedenbeleid komt daar heel erg uit voort. Dus het idee is als wij die problemen maar goed aanpakken, dan halen we ook de voedingsbodem voor Janmaat weg. We lossen die sociaal-economische problemen op, dan verdwijnen ook de sociale spanningen, juist in die wijken waar die spanningen tussen autochtonen en allochtonen, zoals dat toen ook werd genoemd, het grootst zijn, die verdwijnen dan. En dan verdwijnt ook de voedingsbodem voor Janmaat en een tweede manier waarop het de politiek op scherp zetten was door ontdekking eigenlijk of de herontdekking van het thema van antidiscriminatie en antirascisme dus het feit dat er een racistische partij, zo werd dat door heel veel mensen ervaren, in het Parlement zat leidde er toe dat voor alle andere partijen het juist belangrijk werd om te benadrukken dat zij dat verwierpen en dat discriminatie bestreden moest worden.

Frits Bolkestein. Foto: Theo van Houts, Nationaal Archief / Spaarnestad Photo
En interessant om te zien is dat dat misschien nog wel het meest ook bij de VVD zat en ook misschien juist vanaf het moment dat de VVD onder Bolkestein zich wat kritischer op het integratiebeleid gaat profileren. Dan zie je dat Bolkestein inderdaad kritisch is op de integratie van minderheden, maar tegelijkertijd roept, antidiscriminatie antiracisme, dat is belangrijk. Daar staat de VVD ook heel erg voor. Dat was voor de VVD een strategie om ook weg te blijven van Janmaat, om daar niet mee geassocieerd te worden
Maar mengde Janmaat zich wel ook in discussies in, heel concreet op het niveau van Commissievergaderingen met dit onderwerp?
Ja, dat viel dus eigenlijk heel erg tegen. Je had een parlementaire Commissie voor het minderhedenbeleid waar deze thema’s werden besproken en waar ook de minderhedennota en de voortgang van de minderhedennota werd behandeld en hij is wel eens bij een vergadering geweest en dan hamerde hij vooral op het belang van ja, hij vond die hele minderhedennota vond hij maar ongelijke behandeling van autochtone Nederlanders. Voor hem het enige beleid waar hij wel heil inzag was remigratiebeleid, dus iedereen terugsturen naar waar ze vandaan kwamen. Maar heel vaak was hij er ook niet en dat werd hem dan ook soms wel als hij er dan wel was voor de voeten geworpen dat hij wel mooie sier altijd stond te maken in de plenaire zaal als er veel media aandacht voor was. Maar in de commissiezaal waar echt het detailwerk werd verricht.
Het Parlementaire handwerk.
Ja dat hij daar niet te vinden was, terwijl juist die minderheden dat was zijn issue. Hij was een one issue partij en dat was zijn issue. Daar was hij niet veel te vinden.
We hebben al heel wat besproken. Ik ben wel benieuwd wat je nu nog verder gaat doen met dit onderzoek naar de multiculturele samenleving.
Ik ben vooral benieuwd, we hebben het er al een beetje over gehad: hoe gaat dat debat nou verder in de eerste helft van de jaren 90? Op het moment dat die minderhedennota niet meer echt het referentiepunt is voor de discussie over migranten in de Nederlandse samenleving. Een ander onderwerp bij dit hoofdstuk waar we het nu niet over hebben gehad, maar waar dit hoofdstuk ook heel erg over is immigratie, asiel, toelatingsbeleid, dat zijn discussies die zich eigenlijk parallel afspelen aan al deze discussies en niet echt in de gremia van het minderhedenbeleid. Dat was heel erg een thema, wat vooral ook bij het ministerie van Justitie en ministerie van Buitenlandse Zaken lag. En dat was ook echt een hot issue in de jaren 80. Het thema van asielzoekers kwam echt in de jaren 80 op de politieke agenda te staan, omdat die aantallen flink toenamen in deze periode. Een derde thema waar ik ook naar zou willen kijken, maar ik weet niet echt of dat in de serie in mijn hoofdstuk zou kunnen is wat vonden migranten hier nou zelf van? In dit hoofdstuk kijk ik toch vooral naar parlementariërs, naar ministers, naar bewindspersonen. Maar wat vonden minderheden er nou zelf van? En op welke manier probeerden ze zelf invloed uit te oefenen op dit beleidsterrein? Daar ben ik ook wel benieuwd naar.
Dat is zeker interessant. Dankjewel voor dit gesprek.
Graag gedaan.
De Parlementaire Podcast is een productie van pappenheimers in opdracht van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en is opgenomen op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Showhost is Anne Bos. De redactie is in handen van Maaike van Deelen. Wil je meer weten over de politiek in de jaren van de kabinetten-Lubbers ga dan naar 80.serie parlementairegeschiedenis.nl.