Het valt niet mee voor partijen die ontstaan zijn uit een fusie om direct na de oprichting een vernieuwde indruk te maken. Ondanks een nieuwe naam en een nieuw logo klinken de ‘oude’ partijen nog herkenbaar door in standpunten, visie en mensen. Dat was niet anders bij het eerste optreden van de Tweede Kamerfractie van Groen Links (toen nog met spatie), die na de Kamerverkiezingen van 6 september 1989 gevormd werd op basis van de gezamenlijke kandidatenlijst van de Politieke Partij Radikalen (PPR), de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), de Communistische Partij Nederland (CPN) en de Evangelische Volkspartij (EVP).
Van klein naar Groen Links
Vijf van de zes leden van de eerste Groen Links-fractie waren geenszins nieuw. Ria Beckers, Ina Brouwer en Andrée van Es waren de fractievoorzitters geweest van respectievelijk de PPR, de PSP en de CPN, en ook Peter Lankhorst (PPR) en Wilbert Willems (PSP) hadden eerder voor een van de voorlopers in de Kamer gezeten. Slechts de Rotterdamse vakbondsman Paul Rosenmöller was partijpolitiek en parlementair een onbeschreven blad.

Uitslagenavond verkiezingen 6 september 1989: GroenLinks bijeen in Tivoli in Utrecht. Bovenste rij: Van Es, Rosenmöller, (verscholen) Lankhorst, Willems. Vooraan links: Beckers, daartussen: Brouwer. Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo
De nieuwe fractie was het eerste resultaat van een moeizaam integratieproces. In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 1984 waren PPR, PSP en CPN gesprekken begonnen over een gezamenlijke lijst en een gemeenschappelijk programma, eenvoudigweg omdat ze zelfstandig geen kans zouden maken op een zetel. Met veel moeite kwam het Groen Progressief Akkoord tot stand, dat bij de Europese verkiezingen twee zetels behaalde.

Verkiezingsaffiche Groen Links Tweede Kamerverkiezingen 1989. Collectie Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.
Op nationaal niveau kreeg de samenwerking pas vaart na de dreun van de Kamerverkiezingen van 1986, waarbij PPR, PSP, CPN en EVP zes van hun gezamenlijke negen zetels verloren. Velen in de vier partijen stonden niettemin lange tijd sceptisch tegenover de ‘klein-linkse samenwerking’, en hielden liever vast aan de eigen identiteit. Moeizame gesprekken tussen PPR, PSP en CPN volgden (de EVP sloot pas op het allerlaatste moment aan), waarbij elk van de drie een zo groot mogelijk eigen stempel wilde drukken. De val van het tweede kabinet-Lubbers, in mei 1989, waardoor de Kamerverkiezingen werden vervroegd, voerde de druk op. Binnen enkele weken was er een akkoord. De uitslag van de verkiezingen van 6 september 1989 viel tegen. Er was op basis van de peilingen gerekend op elf zetels; het werden er zes.[1]
Parlementair debuut
De eerste woorden die in de Tweede Kamer werden uitgesproken namens Groen Links waren van fractievoorzitter Ria Beckers-de Bruijn, op 14 september 1989, de dag dat de nieuwe Kamer werd geïnstalleerd. Aan de orde was de benoeming van de nieuwe Kamervoorzitter. Over die benoeming was enige commotie ontstaan, omdat de functie tamelijk onverwacht werd geclaimd door het CDA (dat bij de verkiezingen wederom de grootste was geworden) terwijl zittend voorzitter Dick Dolman (PvdA) door wilde. Ook Beckers wilde dat Dolman aanbleef. Het werd meteen de eerste parlementaire nederlaag uit de geschiedenis van Groen Links, want voormalig onderwijsminister Wim Deetman (CDA) won de stemming over het voorzitterschap.[2]
Het eerste belangrijke inhoudelijke optreden van Groen Links vond pas ruim twee maanden later plaats, tijdens het debat over de regeringsverklaring van het derde kabinet-Lubbers. Hier kreeg Beckers voor het eerst de gelegenheid om de positie van de gezamenlijke fractie te markeren, en de toegevoegde waarde van de nieuweling duidelijk te maken.[3] ‘Groen Links is een politieke formatie die wil werken aan een samenhang van ideeën, gericht op vrijheid en solidariteit. Ideeën die geen dogma’s worden, maar die door de ervaringen van mensen worden bijgesteld en verdiept,’ zo introduceerde ze haar partij.
Beckers begon haar bijdrage aan het debat met de erkenning dat ze tegenstrijdige verwachtingen had van het pas aangetreden centrumlinkse kabinet-Lubbers/Kok: ‘perspectief naast een nu al gemiste kans.’ Ze vond echter het ‘allerbelangrijkste […] dat burgers weer politiek betrokken raken, dat de samenleving bij het kabinet terecht kan, dat het parlement invloed heeft en dat het politieke debat weer gaat leven. […] Wij willen bijdragen aan een beleid dat mensen weer ruimte biedt. Maar als de bereidheid die het kabinet hier uitspreekt, in de praktijk verstikt in een botte machtscultuur, vindt het ons als eerste op zijn weg.’ Dat klonk voor een oppositiepartij nog niet echt onderscheidend.
Gematigde toon en herkenbare punten
Volgens Trouw hanteerde Beckers ‘een gematigde toon’ in de richting van het kabinet, maar was ze in het tweede deel van haar inbreng feller.[4] De GL-fractieleider zag twee ‘kardinale problemen’. Het eerste was de beperkte financiële ‘speelruimte’ voor het kabinet, wat volgens Beckers onvermijdelijk de uitvoering van de ambities (de ‘sociale vernieuwing’) zou bemoeilijken. Herkenbaar zou vooral het tweede kritiekpunt zijn: de tekortschietende milieuplannen. Beckers voorzag dat minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Hans Alders (PvdA) het in het kabinet zou gaan afleggen tegen ‘de departementen waar de vervuiling begint’ en die ‘economische belangen’ te verdedigen hadden: Economische Zaken, Verkeer & Waterstaat en Landbouw, Natuurbeheer & Visserij. Niet toevallig de ministeries waarop CDA’ers waren benoemd; Beckers spaarde dus de PvdA. Groen Links wilde constructief opponeren: ‘Wij zullen niet te snel om de slopershamer roepen, maar volgen het bouwproces heel kritisch en zoveel mogelijk bruikbaar materiaal aandragen.’
Beckers presenteerde Groen Links als een synthese van het gedachtegoed van de schragende partijen PPR, PSP en CPN. De ‘input’ van de vierde fusiepartner, de EVP, was veel minder herkenbaar. Beckers zag ‘economie en ecologie in één verband’. Het milieu was de ‘derde produktiefaktor, naast arbeid en kapitaal’, zo stelde ze in met name voor CPN en PSP herkenbare taal, die ze verbond aan de milieu-aspiraties van vooral de PPR: ‘een radicaal milieubeleid hoort bij een rechtvaardig sociaal-economisch beleid. Want wat betekent een eerlijker verdeling van inkomen en werk, als ze moet komen uit economische groei die de natuur vernielt en onze gezondheid bedreigt? En hoe kunnen wij mensen vragen, hun koopgedrag te veranderen en iets te doen voor het milieu, als zij dat domweg niet kunnen, omdat ze nu al niet rondkomen en omdat actief zijn ook geld kost?’
Daarom (her)introduceerde Beckers het begrip ‘vernieuwing van de solidariteit’. Terugdringing van de armoede, perspectief op ‘echte banen’ voor schoolverlaters, meer verantwoordelijkheid voor de werkgevers voor het wegwerken van werkloosheid, emancipatie van vrouwen en ouderen, aanpakken van sociaal zwakke wijken, vermindering van CO2-uitstoot, tegengaan van verdere groei van het autogebruik: dat waren concrete ambities van Groen Links, herkenbaar van de voorlopers.
Over de communistische nederlaag
Onvermijdelijk besteedde Beckers in haar bijdrage ook aandacht aan de actualiteit in Midden- en Oost-Europa. De weken ervoor was vreedzaam maar massaal gedemonstreerd in Oost-Berlijn, Leipzig, Dresden en Praag. Ze vond het demasqué van de communistische regimes echter geen reden voor zelfgenoegzaamheid in het Westen. ‘In een tijd, waarin de totalitaire communistische één-partijstaten eindelijk gedwongen worden hun failliet te erkennen, is ook in het kapitalistische Westen de tijd rijp voor nieuwe politieke verbanden. Samenwerking tussen communisten, pacifistisch-socialisten, radicalen, progressieve christenen en onafhankelijken, vanuit een groeiend besef, dat ideologieën die in de naam van welk hoger doel dan ook de individuele vrijheid offeren aan de collectiviteit, maar beter dood kunnen zijn. Vanuit het besef dat dit socialistisch systeem niets te maken heeft met onze idealen.’ Zo nam Beckers met enige nuance afstand van het systeem dat een van de samenstellende delen van de nieuwe partij decennialang had aangehangen. Maar ook dat was, vanwege de destalinisering die de CPN al sinds het vertrek van de oude leider Paul de Groot doormaakte, geen echt nieuws meer.