‘Twee ontwikkelingen zijn naar mijn indruk kenmerkend voor mijn Haagse jaren. Op de eerste plaats de heroriëntatie op de rol van de verzorgingsstaat (….) En ten tweede de pacificatie rond een aantal moeilijk fundamentele kwesties.’[1]

Ruud Lubbers was ruim twaalf jaar minister-president, waarmee hij op dat moment de langstzittende minister-president ooit was. In zijn rol als minister-president werd hij op diverse wijzen getypeerd. Zo is Lubbers beschreven als een gewiekste en hardwerkende manager die politiek gezien veel voor elkaar heeft gekregen. Criticasters beschreven hem daarentegen als een technocraat zonder visie. Lubbers hield zich ondanks de economische belabberde positie van het land en verschillende lastige en politiekgevoelige dossiers jarenlang staande.

Premier Ruud Lubbers beantwoordt vragen vanuit de Tweede Kamer tijdens het vragenuurtje, 1 maart 1984. Foto: Rob Bogaerts, Nationaal Archief / Anefo.

Lubbers werd in 1982 min of meer onverwacht minister-president. Het had niet veel gescheeld of hij had vlak daarvoor de politiek verlaten. Toen beoogd premier Dries van Agt tijdens de formatie plotseling opstapte, lag de weg vrij voor Lubbers om het nieuwe kabinet te gaan leiden. Als fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer en als minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl had hij ruimschoots politieke ervaring opgedaan.

Lubbers presenteerde zich als een ‘no nonsense’ manager in de politiek, die op alle dossiers het overzicht bewaarde en die bewindspersonen aanspoorde of ongevraagd met ze meedacht als hij dat nodig vond. Hij moderniseerde het ambt van de minister-president en maakte het een stuk presidentiëler.[2] Internationaal gezien positioneerde Lubbers zich nadrukkelijk als een regeringsleider, mede doordat de Europese integratie in deze jaren in een stroomversnelling kwam. Daarnaast maakte Lubbers van het Torentje zijn vaste werkplek en het epicentrum van de politieke macht in Nederland.

Bij het aantreden van het eerste kabinet-Lubbers stond het land er slecht voor, met een torenhoge staatsschuld, een sterk groeiende werkloosheid en een stagnerende economische groei. Het eerste kabinet Lubbers stond daarom vooral in het teken van het terugdringen van het financieringstekort, het verbeteren van de rendementspositie van het bedrijfsleven en het bevorderen van werkgelegenheid. Bezuinigingen op de overheidsuitgaven achtte het kabinet daarbij onvermijdelijk. Dit resulteerde in stakingen en demonstraties van ambtenaren. Daarnaast sluimerde op de achtergrond de discussie over kruisraketten die ook binnen de fractie van het CDA hoog opliep. Lubbers wist de keuze, net als bij moreel-ethische kwesties zoals euthanasie, behendig voor zich uit te schuiven. De kiezers rekenden hem de bezuinigingen niet aan, mede omdat de economie iets aantrok. Het CDA won met de slogan ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’ de verkiezingen van 1986 glansrijk en behaalde het hoogste aantal zetels (54) ooit.

De samenwerking met de VVD werd in 1986 voortgezet wat resulteerde in het tweede kabinet-Lubbers. De koers bleef nagenoeg hetzelfde. Speerpunten bleven het terugdringen van de werkloosheid en het oplossen van het financieringstekort. Ook de ministersploeg bleef grotendeels intact, al bleek door de periode heen de onderlinge chemie minder te zijn geworden. Uiteindelijk viel het kabinet in 1989 over een discussie over het reiskostenforfait. Na het inbrengen van een motie van de VVD-fractie die het kabinet opriep om af te zien van het voorgenomen besluit om het reiskostenforfait af te schaffen, hield Lubbers de eer aan zichzelf. Lubbers kondigde namens het kabinet haar ontslag aan in de Kamer, alvorens de motie in stemming kon worden gebracht. Volgens Lubbers was het kabinet-Lubbers II toen al op.[3]

Na deze breuk zat een samenwerking met de VVD er niet meer in en in 1989 werd er na verkiezingen (wederom CDA 54 zetels) een centrumlinks kabinet geformeerd met de PvdA. Lubbers benaderde de iets kleinere PvdA (49 zetels) als een gelijkwaardige partner, waarna de onderhandelingen vrij soepel verliepen. Doordat er aanvankelijk economisch meer mogelijk was, verschoof het beleid van bezuinigingen naar ruimte geven aan sociale vernieuwingen op verschillende gebieden.[4] Halverwege de kabinetsperiode raakte de economie als gevolg van internationale ontwikkelingen toch weer in recessie. Noodzakelijk geachte bezuinigingen op sociale zekerheid zette de coalitiesamenwerking onder hoogspanning. Lubbers raakte vermoeid. Hij kondigde aan geen nieuwe termijn te ambiëren en wees Elco Brinkman aan als zijn opvolger maar kreeg later twijfels over die keuze. In zijn laatste jaar als premier raakte Lubbers de controle kwijt. Het kabinet zat de rit uit, maar voor Lubbers resteerde na het historische verlies van het CDA in 1994 een eerloze aftocht als minister-president.

[1] Theo Brinkel, Haagse jaren, de politieke memoires van Ruud Lubbers (Amsterdam 2020) p. 390.

[2] Johan van Merriënboer en Lennart Steenbergen, Ruud Lubbers. Een slag anders (Amsterdam 2024) p. 185-228.

[3] Brinkel, ‘Haagse jaren, p. 206.

[4] Van Merriënboer en Steenbergen, Ruud Lubbers, p. 545.