Milieubeleid was een thema dat opkwam in de jaren 60, 7o en 80. Verschillende vormen van milieuverontreiniging en verontrustende rapporten als ‘Grenzen aan de groei’ lagen daar mede aan ten grondslag. Hoe reageerden de kabinetten-Lubbers op de problemen rond milieuvervuiling? Wie waren de voortrekkers en wie de dwarsliggers? En wat is er uiteindelijk aan milieubeleid gerealiseerd? CPG-onderzoeker Heleen Blommers verdiept zich voor deel 11 van de Serie Parlementaire Geschiedenis van Nederland in het milieubeheer tussen 1982 en 1994. CPG-onderzoeker Fons Meijer ging met haar in gesprek wat resulteerde in een nieuwe aflevering van De Parlementaire Podcast. Deze is via Spotify of Apple podcasts te luisteren. Hieronder staat ook een uitgeschreven en bewerkt transcript van het interview, vergezeld van relevante links en beeldmateriaal. Het interview is gehouden op donderdag 22 mei 2025 op de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Werkloosheid, bezuinigingen, no-nonsense beleid en grote demonstraties tegen de plaatsing van kruisraketten, maar ook sociale vernieuwing, een weer aantrekkende economie, de val van de muur en de WAO crisis, de jaren van de kabinetten Lubbers Laten zich niet in één termijn. Het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis brengt momenteel de Nederlandse politiek van de jaren 80 en vroege jaren 90 in kaart. In deze podcast komen de onderzoekers aan het woord. Zij vertellen hoe zij te werk gaan en geven een inkijkje in wat zich allemaal afspeelde op het Binnenhof en naar buiten en hoe de politieke keuzes en discussies van toen doorwerken in het heden. Mijn naam is Fons Meijer en dit is de parlementaire podcast. Welkom bij een nieuwe aflevering van de parlementaire podcast. Vandaag duiken we in het milieubeleid van de kabinetten- Lubbers en dat doen we met onderzoeker Heleen Blommers. Heleen deed eerder onderzoek naar armoedebestrijding in de Verenigde Staten en houdt zich bij het centrum voor parlementaire geschiedenis bezig met verschillende onderwerpen zoals emancipatiebeleid en sociaal beleid. En dus ook met milieubeleid. Welkom Heleen.
Dankjewel dat ik er mag zijn.
Milieu was een heel belangrijk onderwerp in de jaren 80 ten tijde van de kabinetten Lubbers. Eén van de drie kabinetten viel zelfs over het onderwerp milieu. Maar het was geen nieuw politiek thema, toch?
Nee, zeker niet. Milieubeleid komt eigenlijk al flink op in de jaren 60 en 70. En dat heeft te maken met verschillende dingen. Milieuverontreiniging wordt gewoon steeds zichtbaarder en tastbaarder voor mensen. Het gaat veel meer leven in de maatschappij. En in 1972 komt ook het rapport Grenzen aan de groei uit waar onze collega Jonne Harmsma over heeft geschreven in deel 10 van de Serie Parlementaire Geschiedenis.
Ja, deel 10 was het boek Grote idealen, smalle marges. Het rapport waar je op doelt is het rapport van de Club van Rome, toch?
Precies van De club van Rome en dat laat eigenlijk zien dat als we zo doorgaan in de wereld dat het op een gegeven moment op is. Dan zijn er geen voedselvoorraden meer, dan zijn er geen grondstoffen meer. En dus dat dingen drastisch anders moeten. Dat is een enorm populair rapport in Nederland, dus dat leeft heel erg.
Ook in de politiek?
Ook in de politiek. Het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne gaat flink aan de slag met verschillende wet- en regelgeving voor milieubeleid. En je ziet dat ze daar ook al heel erg bezig zijn met dat ‘grenzen aan de groei’ denken. Dus je kan economische groei hebben en milieuverontreiniging tegengaan. In eerste instantie staat dat heel erg tegenover elkaar en dat ontwikkelt zich langzaam naar het idee van selectieve groei. Dus je gaat investeren in duurzame economische ontwikkeling en je gaat de slechte groei remmen, de ‘vieze groei’. En daar zijn ze eigenlijk al flink mee bezig in de jaren 70.

Rapport ‘Grenzen aan de groei’ – Club van Rome (1972)

Minister Pieter Winsemius in de Zure Regentrein in de campagne voor een schoner milieu tijdens de Internationale Zure Regenweek, 19 april 1986. Foto: Bart Molendijk, Nationaal Archief / Anefo.
En blijft dat zo in de jaren 80?
Je ziet dat op het beleidsterrein een aantal dingen wel gaan schuiven. Allereerst is het misschien goed om te zeggen, het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne dat wordt opgedoekt. En milieubeleid wordt overgeheveld naar een nieuw ministerie: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, VROM. En daar komt een VVD-minister aan het hoofd te staan, Pieter Winsemius.
Wie is dat? Zat hij al in de politiek?
Nee, zeker niet, dat is eigenlijk heel interessant aan hem. Hij komt van McKinsey en is een consultant. En hij heeft helemaal geen politieke achtergrond en wordt gevraagd om dat te gaan doen. En daarmee is hij ook een soort voorbeeld van wat later bekend is komen te staan als de BV Nederland. Hij is één van die vele zakenmensen in het kabinet-Lubbers I. En hij neemt een hele nieuwe bestuurlijke stijl met zich mee. Veel meer een managementstijl en hij
gaat binnen dat milieubeleid heel erg kijken naar de vraag hoe kan ik al die regelgeving die is ontstaan in de jaren 70, hoe kan ik dat meer integreren? Je hebt op dat moment heel veel ingewikkelde wet- en regelgeving voor allemaal verschillende problemen en ook hele ingewikkelde vergunningstelsels. Hij gaat eigenlijk zeggen, we moeten dit simpeler maken. We moeten een vergunningsaanvraag voor een bedrijf makkelijker maken en het milieubeleid moet veel meer in samenhang met elkaar. Dus we moeten niet alleen kijken naar waterverontreiniging en daarnaast naar luchtverontreiniging en daarnaast naar bodemverontreiniging. Maar dat moeten we zien in samenhang met elkaar, dus dat is onder andere wat hij gaat doen. En, er komt ook een opdracht aan het RIVM om een lange termijn verkenning te doen van de milieuproblematiek. En daarin scenario's te schetsen van wat ligt er in de komende 25 jaar voor ons? En dat komt in 1988 uit onder de naam Zorgen voor morgen.
Winsemius is op dat moment alweer weg toch?
Precies, Ed Nijpels is dan inmiddels minister, ook namens de VVD.
Hij was fractievoorzitter geweest en partijleider. En in het tweede kabinet Lubbers wordt hij dan minister.
Ja, en hij krijgt dat rapport op zijn bureau. Als hij dat leest, dan schrikt hij flink, want er is echt sprake van een soort doemscenario en dat rapport laat eigenlijk zien dat er echt drastische veranderingen nodig zijn in productie en consumptie om te voorkomen dat die milieuproblematiek alleen maar groeit en dat het nog meer verontreinigd raakt. Op dat moment zijn ze bij VROM al bezig met eigenlijk een soort kers op de taart voor het werk van Winsemius. Een heel alomvattend lange termijn beleidsplan, het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP). En dat rapport van RIVM, Zorgen voor morgen, gaan ze daar eigenlijk voor gebruiken om daar richting aan te geven en dat vorm te geven.

Rapport Zorgen voor morgen - RIVM (1988)
En wanneer komt dat NMP dan uit?
Dat komt uit in 1989. En wat ik eigenlijk al zei, dat is echt zo’n alomvattend plan, dus dat plan probeert in het geheel de milieuproblematiek aan te vliegen. En eigenlijk stelt het als doel om in 2010.
Dat is dan nog de verre toekomst.
Ja precies, om dan eigenlijk het milieuprobleem te hebben teruggedrongen. En daar moet wel veel voor gebeuren, voor dat beleidsplan. Dat is eigenlijk op een hele nieuwe manier ingericht, dus zij doen dat dan met schalen, schaalniveaus en ze kijken naar dit milieuprobleem, dat speelt vooral lokaal, dus dat is dan huishoudelijk afval, stank geluidshinder, maar dat gaat helemaal door tot aan een mondiaal en continentaal niveau.
Wat is dan zo’n probleem dat heel erg op mondiaal niveau speelt bijvoorbeeld?
De aantasting van de ozonlaag, dat wordt dan echt een hot topic, maar ook het broeikaseffect en klimaatverandering. Dat komt steeds hoger op de politieke agenda.
Dat hebben ze dan ook al wel door.
Precies, dus daar is al een tijdje wetenschappelijk onderzoek naar, maar dat komt langzaam ook in die beleidsnota's terecht. En dat maakt die aanpak natuurlijk ook veel complexer, want ja, dan moet je echt gaan samenwerken met andere landen.
Ja want Nederland kan als klein landje niet in zijn eentje al die mondiale problemen op gaan lossen.
Nee, precies. Nederland organiseert dan ook de Noordwijk Conferentie in 1989, waarin een soort eerste poging wordt gedaan om bindende afspraken te maken, internationaal om CO2-emissies terug te dringen. Dat mislukt, maar je ziet dus dat steeds meer ook die blik naar dat buitenland wordt gericht, ook in dat NMP.

Premiers Ruud Lubbers, Gro Harlem Brundtland (Noorwegen) en Michel Rocard (Frankrijk) bij de voorvergadering voor de internationale milieuconferentie, 10 maart 1989. Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo.
En dat grensdenken uit uit de jaren 70 zit dat nog een beetje in dat NMP?
Nee, eigenlijk niet. Je ziet in de jaren 70 al dat er een stap wordt genomen van die Grenzen aan de groei ideeën. Dus milieubeleid of milieubehoud en economische groei kunnen niet samen gaan. Daar gaat een stap naar die selectieve groei en die stap wordt eigenlijk nog verder gezet in de jaren 80 met het begrip duurzame ontwikkeling. En VROM ambtenaren halen dat begrip eigenlijk uit het Brundtland rapport. Dat is een VN rapport getiteld Our common Future en dat komt uit in 1987.
En Brundtland was dan de voorzitter van de Commissie die dat rapport schreef?
Precies, Gro Harlem Brundtland, dat was de voormalige Noorse premier en onder haar leiding werd dat rapport geschreven. Die economische ontwikkeling en milieubehoud en beleid moeten eigenlijk integreren. Het rapport beargumenteert dat de wereldwijde milieuproblemen het gevolg is van extreme armoede op het zuidelijk halfrond en industriële productie op het noordelijk
halfrond. En zij zien dan eigenlijk de oplossing daartoe in duurzame ontwikkeling. Dat is dus een ontwikkeling of een economische groei waarbij je wel voorziet in de noden of de dingen die de huidige generatie nodig heeft, maar met genoeg grondstoffenbehoud voor de volgende generatie.
Ja en daarbij geen regels voor het bedrijfsleven, maar ook samenwerken met het bedrijfsleven kan ik me voorstellen.
Ja precies. Dat is eigenlijk een beetje het gevolg van hoe dat begrip gebruikt gaat worden in het Nationaal Milieubeleidsplan. Dat is inderdaad onder andere die samenwerking, bijvoorbeeld met het bedrijfsleven. Er staat dan met een heel mooi woord ‘verinnerlijking van de milieuproblematiek’. Dat wil het beleidsplan bewerkstelligen. In feite dus dat het bedrijfsleven zich ook verantwoordelijk gaat voelen voor de problematiek. En dat gaat dan onder andere met convenanten. Winsemius zet dat ook al in en dat wordt nu echt nog verder uitgewerkt. Dus vrijwillige afspraken met het bedrijfsleven over maatregelen en veranderingen in die productieprocessen om die milieuproblematiek tegen te gaan. Het idee is een beetje als het bedrijfsleven het ermee eens is als zij zelf die afspraak hebben gemaakt, dan zijn die afspraken realistisch, dus dan kan het ook en dan willen ze het ook.
Ja, dan heb je geen regels en verboden meer nodig.
Nee, die zijn misschien volgens het bedrijfsleven onrealistisch zijn of ze willen er niet aan mee werken.
Wat me opvalt in jouw verhaal is dat het de hele tijd VVD-ers zijn die de kar trekken. Eerst Pieter Winsemius die namens het VVD minister is, daarna Ed Nijpels. Was de VVD, was dat een groene partij in die jaren?
Ja, dat viel mij ook op want ik dacht, hé, wat grappig. Dat had ik ook niet meteen verwacht. Maar ja, je ziet echt wel binnen die VVD echt een aantal hele ambitieuze mensen zoals Nijpels en Winsemius, die echt wel gecommitteerd zijn aan het oplossen van dat milieuprobleem. Maar het valt me eigenlijk sowieso wel op dat in die jaren ook in de Kamer heel breed, maar ook in de samenleving, dus ook vakbonden en werkgeversorganisaties en niet alleen milieuorganisaties dat zij eigenlijk allemaal onderkennen dat er een probleem is. Dus het leeft best wel breed en dat zien ze allemaal. Maar er zit meer verdeeldheid als het gaat over oké, maar hoe gaan we dit dan aanpakken? En dan zie je bij de VVD dus dat ze meer inzetten op vrijwillige afspraken met het bedrijfsleven bijvoorbeeld en dat linkse partijen toch meer nog zitten op reguleren, wetgeving, belasting heffen op vervuilende activiteiten.
En uiteindelijk is het ook de VVD die in 1989 de discussie over dat NMP zo erg op de spits drijft dat het kabinet valt, hoe leg je dat dan uit?
Ja, het kabinet valt dan in ‘89 op de afschaffing van het reiskostenforfait.
Dat is een onderdeel van dat NMP.
Precies dat zit in dat NMP. Dat forfait is eigenlijk een belastingvoordeel voor de automobilist en dat willen ze afschaffen. En daar zit flinke onenigheid tussen de ministers en de partijen. En het kabinet valt, met name omdat uiteindelijk de VVD-fractie er niet mee akkoord gaat om dat af te schaffen. En dan is het CDA er op een gegeven moment ook een beetje klaar mee.
Het CDA is er klaar mee dat de VVD zo moeilijk daarover doet.

Bewoners van gifbelten spreken in Den Haag met minister Nijpels, 16 februari 1989. Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo.
Precies, dus je je ziet eigenlijk twee dingen spelen. Aan de ene kant die verhoudingen tussen die coalitiepartners. Die lopen sowieso op dat moment al niet lekker, want de VVD heeft zetels verloren in de verkiezingen daarvoor. Het CDA is wat groter geworden waardoor de VVD het gevoel heeft dat het CDA te dominant en overheersend is. Volgens mij noemt Lubbers het zelfs het Calimero-complex van de VVD, dus dat loopt niet lekker. En ook op dat reiskostenforfait zie je dat een aantal VVD bewindspersonen, dus Ed Nijpels van VROM, maar ook Neelie Smit-Kroes van Verkeer en Waterstaat, dat die het eigenlijk eens zijn met die afschaffing. Maar zij staan eigenlijk niet goed in contact met hun fractie en dat leidt dan tot gedoe over die afschaffing van dat reiskostenforfait. In die zin lijkt het soms ook meer een aanleiding dan een echte oorzaak, maar je ziet als je toch even wat dieper gaat kijken in dat inhoudelijke aspect weer dat verschil van inzicht en mening in oké er is een milieuprobleem, maar hoe gaan we dat oplossen? Dat daar het uiteenloopt. En die totstandkoming van het plan, van het Nationaal Milieubeleidsplan dat is ook heel moeizaam en daar zijn allemaal verschillende ministers bij betrokken en dan loopt het vast op de financiering. Dus ze hebben iets van 2 miljard nodig en die afschaffing van dat belastingvoorbeeld, dat kan 600 miljoen opleveren. Maar ja, dat betekent een lastenverzwaring voor de burger.
Specifiek voor de automobilist.
Specifiek voor de automobilist, en daar zijn ook bewindslieden, dus ministers van Financiën en Economische Zaken die zeggen, ja, we hadden afgesproken dat we geen lastenverzwaring zouden hebben tijdens dit kabinet. Dus je ziet ook in de vraag hoe los je dat milieuprobleem op, dat daar geen consensus over is.
Dus ondanks de consensus dat er een probleem is, is er geen consensus over de vraag hoe gaan we dat oplossen? Dan valt dus het kabinet. Er ligt wel een heel mooi Nationaal Milieubeleidsplan. Of ja, nou mooi, dat laat ik aan de luisteraar, maar dat plan, dat ligt er. Maar hoe gaat het dan verder daarna?
Er komen dus natuurlijk verkiezingen en zoals je denk ik wel vaker ziet als een kabinet valt over een bepaald onderwerp, dan wordt het onderwerp ook belangrijk in de verkiezingen. Het speelt, of ja het leeft onder de kiezers. Het CDA gaat een beetje langzaam naar de PvdA toe bewegen tijdens het campagne.
Ja wat vindt de PvdA dan?
Het CDA gaat zeggen, de recente economische groei die mogen we nu best gaan inzetten om dat milieubeleid te financieren, dus daarmee een beetje meer bewegen naar ‘we mogen ook echt wel wat geld inzetten of gebruiken om dat op te lossen’.
En, dat is het standpunt van de PvdA, we moeten...
Die zitten gewoon meer van let’s go, we moeten concrete maatregelen nemen. Misschien kost het wat, maar dat mag ook best. En ja, zij gaan samenwerken en het wordt dus ook in hun regeringsverklaring. Het wordt een van de hoofdpijlers van het kabinet.
Volgens mij had je ook een citaat van Ruud Lubbers uit die regeringsverklaring meegenomen die dat mooi illustreert. Misschien wil je die voorlezen.
Ja, eigenlijk zegt hij dit is een hoofdpijler en binnen één generatie willen we het oplossen en moeten we voldoen aan dat idee van duurzame ontwikkeling. Maar daarbij zegt hij dus dan ook:
ten opzichte van de huidige situatie betekent dit een trendbreuk die slechts met verstrekkende maatregelen zou kunnen worden bereikt. Overheid, bedrijfsleven en burgers zullen ieder een aanzienlijke bijdrage moeten leveren en daarbij zullen soms pijnlijke ingrepen onvermijdelijk zijn.
Dus hij zegt eigenlijk, het mag nu ook pijn gaan doen. Dus de kosten mogen nu ook voor een stukje bij dat bedrijfsleven en bij die burger terecht komen en daarmee breken we in feite met hoe we het de vorige twee kabinetten deden.
Ja, want dat klinkt als een breuk, met dat idee van duurzame ontwikkeling en convenanten. We moeten het allemaal samen doen. Dat klinkt als een overheid die zegt, nou, wij gaan de weg uitzetten en we gaan mensen ook dwingen om die weg op te gaan.

Het Parool, 1 december 1989.
Zo presenteert hij het tijdens dat debat. Maar tijdens die jaren van Lubbers III gaat de nieuwe bewindspersoon, Hans Alders van de PvdA, toch wel weer op een aantal punten vastlopen en dat zit dan toch weer in die tegenstelling tussen economische belangen en milieubelangen.
Kun je een specifiek voorbeeld geven van een onderwerp waar dat op blijkt?
Ja je ziet het bijvoorbeeld al bij CO2-uitstoot en dat zie je al in dat debat over die regeringsverklaring. Dus Lubbers heeft tijdens de verkiezingscampagne eigenlijk de belofte gedaan of gezegd: als wij in het volgende kabinet komen, dan gaan wij CO2-uitstoot binnen de termijn van het kabinet met 8% terugdringen en in die regeringsverklaring wordt dat dan al wat afgezwakt naar ‘zo spoedig mogelijk 2% per jaar’. En in dat debat ontstaat er dan ook al gesteggel over van ‘ja oké, maar wat gaan we nou doen dan? Ja, wanneer beginnen we dan?'
Wie is daar dan kritisch op?
Verschillende partijen, onder andere Groen Links, die dan net voor het eerst in de Kamer zit en voor het eerst heeft meegedaan aan de verkiezingen. De fractievoorzitter Ria Beckers-de Bruijn zegt echt ‘Lubbers u maakt een draai en het riekt naar kiezersbedrog’. Daar wordt het al afgeschaft. Op een gegeven moment komen ze tijdens die regeerperiode uit op een reductie van 3 tot 5%, dus dat is al een stuk minder, in het jaar 2000 en dat wordt dan uitgeruild met milieuheffingen, dus belasting op milieuverontreinigende dingen zoals energieverbruik. De deal is dan, we gaan niet die belastingen heffen en we gaan wel die reductie afspreken en Alders probeert dan alsnog energieheffingen in te voeren. Maar dat loopt op een gegeven moment stuk, want in 1991 komt er een brandbrief van zeven hele grote bedrijven, energieverbruikende bedrijven, waaronder Shell. Die zegt, als jullie dit gaan doen, dan gaan wij onze investeringen in het buitenland doen. Er is ook een persoonlijke ontmoeting tussen deze bedrijven en de betrokken ministers en Lubbers, waar eigenlijk op een gegeven moment uitkomt dat Lubbers zegt, 'wij hoeven geen gidsland te zijn, we hoeven het niet zo ver op het spits te drijven'. Dus als het dan gaat over is dat derde kabinet een breekpunt dan zie je toch weer die spanning terugkomen tussen economische belangen en hoe betaal je milieubehoud en -beleid.
Welke vraag wil je uiteindelijk nog behandeld hebben in je onderzoek?
Ik ben nu vooral heel erg benieuwd naar, we hebben het gehad over de ontwikkeling van dat grensdenken naar duurzame ontwikkeling. Nu hebben we het ook vooral gehad over de kabinetslijn en ik ben heel benieuwd hoe alle verschillende politieke partijen in het Parlement meebewegen in die ontwikkeling. Dus hoe zij omgaan met die spanning tussen economische belangen en milieubelangen, want ik heb het idee dat zelfs de meest linkse partijen op een gegeven moment daar ook in mee gaan bewegen en zeggen, het kan samen gaan en ik ben heel benieuwd waar dat gebeurt. En bijvoorbeeld bij de PvdA, ik krijg nog niet goed grip op de fractie, wat voor standpunten die heeft tijdens Lubbers III. Wat zich dan presenteert als een kabinet wat het toch weer anders gaat doen en dat dat dan niet gebeurt. Dus hoe reageert de fractie daarop en wat vindt de fractie daarvan? Dat is eigenlijk het voornaamste waar ik de komende tijd mee bezig ga.
Genoeg werk nog te doen. Dankjewel Heleen.
Zeker ja graag gedaan. Dankjewel dat ik er mocht zijn.
De parlementaire podcast is een productie van Pappenheimers in opdracht van het Centrum voor parlementaire geschiedenis en is opgenomen op de Radboud Universiteit in Nijmegen. De redactie is in handen van Maaike van Deelen. Wil je meer weten over de politiek in de jaren van de kabinetten-Lubbers ga dan naar 80.serieparlementairegeschiedenis.nl.