Het eerste kabinet-Lubbers had ingrijpende plannen met de sociale zekerheid: het gehele stelsel moest worden herzien. Volgens het kabinet was het bestaande stelsel niet berekend op de hoge en langdurige werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en evenmin op de veranderende rol van de vrouw in de arbeidsrelaties. Naast deze inhoudelijke argumenten gold misschien wel als belangrijkste argument dat de collectieve uitgaven omlaag moesten: de sociale zekerheid drukte op de begroting. De voorgenomen herziening bestond dan ook uit versobering van de duur en percentage van de uitkeringen en een aanscherping van de toelatingscriteria van de werkloosheidsverzekering en de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.[1] Het wetgevingstraject had vrijwel de gehele kabinetsperiode in beslag genomen voordat de zeven wetsvoorstellen die de herziening omvatten in april 1986 ter finale behandeling aan de Tweede Kamer lagen.

Het moment waarop het debat plaatsvond deed enige wenkbrauwen fronsen: slechts een maand later, op 21 mei, zouden Tweede Kamerverkiezingen worden gehouden. De voorgenomen ingreep was politiek fel betwist en had ook maatschappelijk reeds tot ophef en demonstraties geleid.

Staatssecretarissen Kappeyne van de Copello en De Graaf

Debat stelselherziening inzake de sociale voorzieningen in de Tweede Kamer te Den Haag, 10 april 1984. Staatssecretaris Annelien Kappeyne van de Copello (Emancipatie, VVD) en staatssecretaris Louw de Graaf (Sociale Zekerheid, CDA). Foto: Rob C. Croes, Nationaal Archief / Anefo

Het Kamerdebat toonde zich dan ook vooral als kans voor de politieke partijen om zich in aanloop naar de verkiezingen te profileren. Coalitiepartijen VVD en CDA wilden graag samen verder regeren en trokken fel van leer tegen de oppositie. Tegenover zich troffen zij een oppositie die even eensgezind was in haar afkeuring van de plannen; en zich daarin gesteund voelden door de sociale partners. Het werd een ‘marathondebat’, zo typeerden de kranten eensgezind.[2] De behandeling in de Kamer zou maar liefst negen dagen in beslag nemen, verspreid over vijf weken. De laatste stemmingen werden uiteindelijk pas afgerond op 13 mei, acht dagen voor de verkiezingen. Dat was bijna een maand later dan de meest optimistische planning had voorzien.[3]

Tweede Kamerlid Steef Weijers (CDA) voert het woord bij de eerste dag van het debat in de Tweede Kamer omtrent de stelselherziening inzake het sociaal beleid, 9 april 1984. Foto: Bart Molendijk, Nationaal Archief / Anefo

Beiden kampen debatteerden op het scherpst van de snede. De coalitiepartijen verweten de oppositie meer oog te hebben voor de inkomenspositie van uitkeringsgerechtigden dan de betaalbaarheid van het stelsel. Ook voor de sociale partners had men geen goed woord over: deze kwamen niet met alternatieve plannen en hanteerden bovendien verschillende onderbouwingen voor hun afwijzing. ‘Het gemeenschappelijke, zo zou je schamper kunnen zeggen, waren de vijf nietjes waarmee het geheel bijeengehouden werd’ stelde CDA-woordvoerder Steef Weijers. De oppositiepartijen hekelden op hun beurt het feit dat dit plan zo kort voor de verkiezingen door de Kamer werd geloodst, maar vooral de sterke bezuinigingen die de inhoud domineerden. De PvdA was als grootste oppositiepartij de belangrijkste tegenstander van het plan en voerde tijdens de debatdagen tot wel zes uur lang het woord.[4] Minstens zo stellig waren de kleine linkse partijen. Dat dergelijke conservatieve bezuinigingspolitiek ellende brengt was volgens CPN-leider Ina Brouwer de ‘les die in de jaren dertig door schade en schande en niet te vergeten ten koste van velen werd geleerd.’

PPR-leider Ria Beckers-de Bruijn kon naar eigen zeggen nauwelijks in woorden vatten ‘(…) wat mensen al is aangedaan met betrekking tot ons vroeger zo geroemde stelsel van sociale zekerheid en wat ze alsnog wordt aangedaan (…).’ De kleine christelijke partijen beriepen zich in hun afwijzing op andere argumenten. Ze verzetten zich primair tegen de onderliggende individualisering en technocratie. De SGP wees bovendien om religieuze redenen de doelstelling af om de burger te verzekeren ‘van de wieg tot het graf’.[5]

Gedurende de parlementaire behandeling van de wetsontwerpen werden in totaal maar liefst 293 amendementen ingediend (waarvan 232 door de oppositie). Dat was bijna een vijfde van het totale aan aantal amendementen dat tijdens de zitting van het eerste kabinet-Lubbers door de Kamer werd ingediend en waarover werd gestemd. Deze stroom aan amendementen was niet zonder resultaat. De coalitiepartijen deden op een aantal onderdelen een handreiking naar de oppositie, al was dit niet altijd even bewust. Door het grote aantal amendementen waarover moest worden gestemd, zagen CDA en VVD over het hoofd dat hun steun voor een specifiek PvdA-amendement ook gevolgen zou hebben voor de uitkering van jongeren. Uitwerking van dit amendement kostte zeventig miljoen gulden, aanzienlijk meer dan de afgesproken handreiking van maximaal één miljoen per amendement. Toen de fractie daar door het departement van Sociale Zaken op werd gewezen was het al te laat. De aangenomen amendementen werden door verantwoordelijk staatsecretaris Louw de Graaf vertaald in maar liefst 24 nota’s van wijziging. Dit zorgde voor een verzachting van de ingreep, maar niet voldoende om de oppositiepartijen te overtuigen. De linkse oppositie stemde tegen alle wetten, de SGP, RPF en D66 steunden slechts een klein deel. Opvallend was dat de verkiezingen inmiddels zo dichtbij waren dat Gert Schutte, die de eenmansfractie van de GPV vormde, niet aanwezig was bij de stemmingen omdat hij campagne aan het voeren was.[6]

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1986 zou het CDA als grote winnaar uit de bus komen. Ondanks dat de VVD negen zetels verloor bleef het gezamenlijke zetelaantal van de coalitiepartijen exact gelijk. Het tweede kabinet-Lubbers kende dezelfde samenstelling als het eerste en kon met de aangenomen stelselherziening aan de slag.

[1] J.A.H. Heine, Consensuspolitiek in Nederland: Een studie naar de politieke besluitvormingscultuur in de tweede helft van de twintigste eeuw (Universiteit Leiden, Leiden 2019) 130-131; L. J. van Damme, Werkloosheidsregelingen in Nederland: een parlementaire geschiedenis (Amsterdam: Boom 2022) 154.

[2] Zie o.a.:

‘CDA en VVD akkoord met herziening sociaal stelsel’, De Volkskrant, 10 april 1986.

Mark Kranenburg, ‘De Graaf tracteert PvdA op koekjes eigen deeg’, NRC Handelsblad, 17 april 1986.

‘Marathondebat over stelselherziening’, Nieuwsblad van het Noorden, 2 april 1986.

‘Herziening sociaal stelsel is er door’, Het vrije volk, 14 mei 1986.

[3] ‘Marathondebat over stelselherziening’, Nieuwsblad van het Noorden, 2 april 1986.

[4] ‘Stelselwijziging zint PvdA niet’, De Telegraaf, 11 april 1986.

[5] Damme, Werkloosheidsregelingen in Nederland, 176-182.

[6] Ibid.; Heine, Consensuspolitiek in Nederland, 130.